Colle, Edgard

(L'Échiquier 1925/9, some fragments of text have been removed from the two bottom corners.)

(L’Échiquier 1925/9, some fragments of text have been removed from the two bottom corners.)

On Colle

I have collected a few articles about Colle here, long and short, usually from just after his death. His victory in Merano in 1926 is almost universally called his most important one, while his 1st place in Scarborough in 1930 is often not mentioned at all. Remarkably, the Colle opening is hardly mentioned at all. Kmoch’s heartfelt eulogy, quoted just below, is very much worth a read.

“Blättermeldungen zufolge ist der belgische Vorkämpfer am 20. April 1932 an den Folgen einer Magenoperation gestorben.

Nur wer Colle persönlich gekannt hat, wird nachempfinden können, wie mich diese Todesnachricht erschüttert hat.

Es gibt viele geistreiche Schachspieler, es gibt viele gute Journalisten, es gibt viele angenehme Menschen — aber einen Menschen, einen Kollegen, einen Freund wie Colle findet man nicht unter Tausenden.

Ich habe ihn genau sieben Jahre lang gekannt. In Baden-Baden 1925 lernten wir uns kennen. Von da an trafen wir dei zahllosen Turnieren zusammen und ich lernte ihn von Turnier zu Turnier höher schätzen. In diesen Zahllosen Turnieren habe ich manches gesehen, gehört und miterlebt. Wenn es um Geld und Ruhm, um Ehre und Glück, um Sein oder Nichtsein geht, dann fallen auch die beste Menschen manchmal aus der Rolle, folgen dem Selbsterhaltungstrieb. Das ist natürlich und nicht häßlich. Trotzdem: Colle ist nie aus der Rolle gefallen. Das war bei ihm nicht möglich. Denn seine Höflichkeit, seine Güte, seine ritterliche Selbstlosigkeit — die waren ihm nicht anerzogen, sie saß in seinem Herzen. Im Siegen und Versagen, er blieb ein Kavalier.

Der arme Colle war krank — ich habe ihn nie anders gekannt. Sein glitzernder Geist, seine sonnige Seele saßen in einem mageren, blutleeren Körperchen, welcher ewig vor Kälte zitterte, ewig in Schmerzen gekrümmt war. Nur selten vertrug der Magen einige Bissen fester Nahrung. Und in diesem Zustand Turnier spielen — — — ? Colle spielte. Niemals hörte ich ihn klagen, niemals die Ausrede gebrauchen, er sei krank. Im Gegenteil: er pflegte stets zu beteuern, er fühlte sich durchhaus wohl, und wenn er eine Partie verlor, so führte er dies Ausdrücklick auf sein unachtsames Spiel Zurück. Aber dabei stand er gewöhnlich in ärztlicher Behandlung.

Colle war nicht sentimental. Er trug sein Leiden als eine ganz private, nebensächliche Sorge, verlangte keinerlei Rücksichten, war stets heiter und zuversichtlich, ein reizender Gesellschafter, aber am Schachbrett ein unerbittlicher Kämpfer von geradezu vorbildlichem Sportgeist und Pflichtgefühl. Jede Partie wurde hartnäckig durchgekämpft. Langwierige, schwere, ermüdende Partien gehörten zu seinem Stil. Colle stand sie mit ungeheurer Willenskraft durch. Sein Geist beherrschte den Körper. Es ereignete sich einmal der Fall, daß Colle besonders schwer zu leiden hatte. Man befürchtete, er müsse jeden Augenblick zusammensacken. Aber Colle spielte gerade an diesem Tage eine besonders schwere Partie und erlangte nach achtstündigem Kampfe eine glatte Gewinnstellung. Sein Gegner gab jedoch wider allgemeines Erwarten nicht auf, sondern brach das Spiel ab. Tags darauf war Hängetag. Statt sich einen Tag Auszuruhem, mußte also Colle wider frühmorgens zur Partie, um den Gewinn durchzufüren. Das rücksichtslose Vorgehen seines Gegners wurde allgemein verurteilt, Colle aber machte ihm nicht den leisesten Vorwurf; zitternd und totenbleich kam er um 9 Uhr morgens zur Partie und erfüllte ohne Klage seine Pflicht. Von da an lernte ich ihn bewundern, diesen Schachmeister mit dem Körper eines Todgeweihten und mit dem Geist eines unsterblichen Helden.

Während der letzten Turniere zeigte sich Colle ausnehmend lebensfreudig. Der lyrische Glanz einer zarten Liebe spiegelte sich in seinem Gehaben. Er war verlobt und erzählte mir oft mit strahlenden Augen von seiner Charlottem von seinem Glück und von seiner Zukunft. Er wolle das unstete Leben eines Schachmeisters aufgeben und wieder ausschließlich Journalistik betreiben. Und er wolle sich vor allen Dingen einer neuerlichen Operation unterziehen, damit seine Gesundheit vor dem Eintritt in die Ehe endgültig hergestellt werde. Voilà!

Edgard Colle, lieber Kollege, teurer Freund! Das Leben hat dir jene einzige Rücksicht verweigert, die du aus ganzem Herzen ersehnt hattest. Wir alle, die dich gekannt haben, trauern dir nach in hilflos bitterem Weh, als wäre uns der nächste Bruder gestorben. Die Zeit mag unseren Schmerz stillen, aber dein Andenken wird uns nie verlassen. Du wirst uns ein Vorbild an Seelenstärke und Ritterlichkeit bleiben. Blank und schön wird dein Name in der Schachgeschichte noch weiterleuchten, wenn die meisten der unsrigen schon längst vergessen sein werden. Und wer deine Freundschaft genossen hat, der darf auf sie bis zu seinem Grabe stolz sein wie auf eine große Tat.

Lebewohl!”

(Hans Kmoch in Wiener Schach-Zeitung 1932/9)

“Edgar [sic] Colle (1897-1932), champion de Belgique en 1924, participant de valeur à beaucoup de tournois européens. Il sortir 1er du Tournoi international de Méran 1929 et du tournoi Scarborough 1930. Il a laissé son nom à un système de la partie D.”

(François Le Lionnais & Ernst Maget, Dictionnaire des Échecs, Presses universitaires de France 1967)

“Gisteren is te Gent, na een maagoperatie, overleden de Belgische schaakkampioen Edgard Colle in den leeftijd van 35 jaren.

Colle is in Nederland geen onbekende geweest. De Belgische schaakkampioen, die in tal van toernooien in het buitenland ontmoette, behoorde tot een gevreesde tegenstander [sic]. wijn grootste succes boekte Colle in 1926, toen hij te Meran den eersten prijs behaalde. Onze nationale schaakkampioen dr. M. Euwe heeft vele keeren tegen Colle gestreden, die in Nederland nog deelnam aan het kersttoernooi 1931 te Rotterdam. Even voor dien, in November, speelde de Belg mede in het toernooi te Bled. België verliest in Colle een waardige representant en de internationale schaakwereld een sympathieke tegenstander.

Colle behaalde te Meran den eersten prijs in een tournooi, waaraan o.a. deelnamen Grünfeld, Spielmann, Tartakower en Kostir [sic, Kostić is probably meant]. Te Rotterdam was hij tweede achter Landau. Derde werd in dat toernooi dr. Tartakower en 4e Rubinstein. Een match tegen Olland werd een 5-0 zege voor den Belg. Een goed resultaat vier [sic] voor hem te noteeren in een tournooi te Barcelona, waar hij derde werk [sic] achter Capablanca en dr. Tartakower.”

(Algemeen Handelsblad 21-04-1932)

“Donderdag l.l. vernam men het ontstellende bericht, dat Colle te Gent overleden was, in den ouderdom van 35 jaar. Dit is een harde slag voor het schaakspel. Met hem gaat de grootste schaakspeler heen, die men tot nu toe in ons land gehad heeft. Zijn stijl was altijd scherp, en in ieder partij kwamen altijd schoone combinaties te voorschijn en de Colle-opening maakte in 1926-27-28 vele slachtoffers, en telt vandaag nog als een soliede speelwijze.

1926 was zijn glansperiode en toen won hij ook het Meestertornooi te Meran voor een schaar grootmeesters. Kort daarop echter begon hij aan zijn maag te lijden en de laatste drie maanden was hij helemaal teneergeslagen en pessimistisch. Zijn laatste brief aan Alekhine te Londen was werkelijk hartverscheurend.”

(G. Koltanowski in De Schelde 24-04-1932)

“Colle was voor ons land geen onbekende. Groot vriend van dr. Euwe, bij wien hij dikwijls verbleef als hij voor een behandeling bij een Amsterdamschen specialist voor zijn jarenlang lijden verzachting zocht, was hij bovendien als beminnelijk mensch en begaafd speler een geziene gast in Nederlandsche tournooien en vierkampen.

Het eerst hoorden wij van hem door de matches Nederland-België en door zijn deelname aan het oefeningstournooi te Scheveningen 1923. Voor België speelde hij eenige jaren als kampioen aan het eerste bord. In Scheveningen won hij met Réti en Maroczy den 3en en 5en prijs. Hij deed zich van den aanvang af als aanvals- en combinatiespeler pur sang kennen, en vormde daardoor met Spielmann en Tartakower een genre, dat de organisatoren van tournooien noode misten.

Bekend is ook zijn eerste match met dr. Euwe, te Zutphen gespeeld, die een ongemeen spannend verloop had. Alterneerend wonnen beiden hun partijen met wit. Eerst in de achtste partij vermocht dr. Euwe de regelmaat te verbreken en zoodoende de match met 5-3 te winnen.

December 1923 togen Colle en Euwe naar Hastings. Onze landgenoot won daar den eersten prijs, wat de aanleiding werd tot zijn ontmoeting met Aljechin. Colle nam in dat tournooi revanche voor zijn nederlaag in de 8e partij van hun match. Hij kwam echter na Euwe en Maroczy no. 3 uit. In Febr. 1924 nam Colle aan zijn eerste internationaal meestertournooi van grooter formaat deel, n.l. te Meran 1924, waar hij met Opocenski en Steiner de laatste prijzen deelde. Van af dien tijd was hij een geregelde deelnemer aan de meestertournooien van middel en groot formaat. In dien tijd vond hij een hem passenden variant van het damepionspel uit, die hij de mogelijkheid bood zonder groote risico’s te loopen, talrijke aanvalsmogelijkheden in petto te houden. Met deze opening leverde hij ettelijke schitterende combinatiepartijen, waarom men dezen variant terecht de Colle-opening genoemd heeft.

Vanaf 1924 is zijn maaglijden een voortdurende hinderpaal geweest om zich ten volle te kunnen geven, hetgeen zijn resultaten sterk beïnvloedde. Liet zijn kwaal hem even met rust, dan ging het weer goed en wee dan den tegenstander, die hem op zoo’n dag trof.

In 1927 besloot Colle zich als beroepsschaakmeester te classeeren naast zijn beroep als journalist. Dit veroorzaakte een brouille met den Belgischen Schaakbond. Sindsdien nam hij aan geen enkel kampioenschapstournooi in België meer deel [sic, I have no idea where this idea came from] en nam Koltanowski zijn plaats in. Het dient echter gezegd, dat zoowel de Belgen als het geheele buitenland Colle als den kampioen bleven beschouwen.

Tot Colle’s beste prestaties behooren het Pinkstertournooi te Scarborough 1927 (eerste prijs), Barcelona 1929 (derde prijs achter Capablanca en Tartakower), Hastings 1928-29 (No. 1 met Marshall en Takacs), Karlsbad 1929 (No. 12 met Maroczy, Tartakower en Treybal), Parijs 1929 (Nos.2-14 [sic]) met Snosko [sic] en Baratz), Luik 1930 (No. 3-5 met Nimzowitsch en Ahues), en dan zijn grootste succès, het tournooi te Scarborough 1930, waar hij vóór Maroczy, Rubinstein, Ahues en Sultan Khan met glans den eersten prijs won.

In Bled 1931 liet zijn kwaal hem weer niet met rust, zoodat hij zich met de 12de plaats moest vergenoegen. Uitgenoodigd voor het tournooi te Londen (Februari l.l.), moest hij te elfder ure afseinen wegens een toenemende verergering van zijn kwaal. In December l.l has hij nog aan een tweetal vierkampen te Rotterdam deelgenomen, waar hij achter Landau en Rubinstein tweemaal No.2 werd.

Noode zal men dezen sympathieken speler in de internationale arena missen.”

(Bataviaasch Nieuwsblad 17-05-1932)

(Algemeen Handelsblad 21-04-1932)

(Algemeen Handelsblad 21-04-1932)

Colle’s victories

Dates Event Site + = #
07/08/1922
-19/08/1922
22nd DSB congress, guest tournament Bad Oeynhausen, GER 4 2 0 4 5/6 2½ before Donegan and Röthemeyer
17/09/1922
-28/09/1922
2nd Belgian championship Antwerp, BEL 6 0 2 5 6/8 ½ before Koltanowski
1924 Brussels championship Brussels, BEL ? ? ? ? 10½/12 ?
14/06/1924
-28/06/1924
2nd La Nation Belge cup Brussels, BEL 9 3 0 13 10½/13 1½ before Perlmutter
14/09/1924
-27/09/1924
4th Belgian championship Brussels, BEL 7 2 1 6 8/10 1½ before Tackels
05/09/1925
-16/09/1925
Belgian championship qualification tournament Brussels, BEL 7 3 0 6 8½/10 2½ before Sapira
15/11/1925
-25/11/1925
Match for the Belgian championship Ghent, BEL 4 3 0 2 5½/7 4 before Koltanowski
18/04/1926
-20/04/1926
ASC four masters tournament Amsterdam, NED 2 1 0 4 2½/3 ½ before Tartakower
1926 2nd international master tournament Merano, ITA 6 6 1 14 9/13 ½ before Spielmann, Canal and Przepiórka
13/03/1927
-21/03/1927
Match for the Belgian championship Ghent/Brussels, BEL 4 2 0 2 5/6 4 before Tackels
1927 Pentecost tournament Scarborough, ENG 6 1 2 10 6½/9 1 before Fairhurst and Yates
10/02/1928
-16/02/1928
Belgian championship Ghent, BEL 5 0 1 4 5/6 ½ before Koltanowski
03/1928
-04/1928
Match Colle vs. Olland Utrecht, NED 5 0 0 2 5/5 5 before Olland
23/04/1928
-30/04/1928
Match Colle vs. Landau Rotterdam, NED 3 6 1 2 6/10 2 before Landau
12/12/1928
-22/12/1928
Match Van Hoorn vs. Colle Amsterdam, NED 3 2 0 2 4/5 3 before Van Hoorn
27/12/1928
-05/01/1929
9th Christmas tournament Hastings, ENG 5 2 2 10 6/9 Shared with Marshall and Takács, ½ before Koltanowski
1929 Belgian championship Brussels/Antwerp, BEL 4 0 0 3 4/4 2 before Kornreich
26/06/1930
-05/07/1930
BCF congress Scarborough, ENG 6 5 0 12 8½/11 1 before Maróczy
21/01/1931
-23/01/1931
ASB jubilee tournament, group B Amsterdam, NED 2 1 0 4 2½/3 1 before Van den Bosch and Piccardt
(Bataviaasch Nieuwsblad 17-05-1932)

(Bataviaasch Nieuwsblad 17-05-1932)

Colle’s rivals

This is a list of Colle’s results against some of his main rivals in tournament play. To be put on the list, a player has to have played Colle at least six times in at least three events and have a chessmetrics rating. The last column below gives the highest chessmetrics rating of the player. Obviously, this last is based on the information I have and is probably not complete. Players against whom Colle has a positive result, are put in boldface.

+ = # Players Name FED TCR
6 5 16 27 Euwe, Machgielis NED 2769
2 17 7 26 Tartakower, Ksawery POL 2719
10 7 3 20 Yates, Fred Dewhirst ENG 2596
9 8 2 19 Thomas, George Alan ENG 2610
7 6 5 18 Koltanowski, George BEL 2628
4 3 4 15 Rubinstein, Akiba Kiwelowicz POL 2789
2 1 10 13 Znosko-Borovsky, Eugène FRA 2613
0 4 6 10 Nimzowitsch, Aaron DEN 2780
3 4 2 9 Grünfeld, Ernst Franz AUT 2715
4 1 4 9 Spielmann, Rudolf AUT 2716
1 2 6 9 Bogolyubov, Efim Dmitriyevich GER 2768
4 1 3 8 Michell, Reginald Pryce ENG 2585
3 3 1 7 Sergeant, Edward Guthlac ENG 2514
0 0 7 7 Alekhine, Alexander Alexandrovich FRA 2860
1 5 1 7 Maróczy, Géza HUN 2820
3 1 2 6 Buerger, Victor ENG 2549
2 2 2 6 Réti, Richard CZE 2710
1 1 4 6 Kostić, Borislav YUG 2706
0 1 5 6 Vidmar, Milan YUG 2731
(M. Euwe, Gedenkboek-Coll/Mémorial Colle, Librairie Bernard 1934. NB: I wonder whether this book might not be responsible for the confusion about Colle's first name. The book is bilingual, and Colle's French first name is translated as Edgar in the Dutch text. Since Colle was a native Dutch speaker, it would have been logical to assume that the Dutch version of his name was correct -- but not so.)

(M. Euwe, Gedenkboek-Colle/Mémorial Colle, Librairie Bernard 1934. NB: I wonder whether this book might not be responsible for the confusion about Colle’s first name. The book is bilingual, and Colle’s French first name is translated as Edgar in the Dutch text. Since Colle was a native Dutch speaker, it would have been logical to assume that the Dutch version of his name was correct — but not so.)

Participant of